Ben Koks over Jodelende wulpen & keukentafels
Eerder schreef akkervogel- en kiekendiefexpert Ben Koks ‘Vogels wijzen ons de weg – Landbouw en natuur in balans’. Zijn nieuwe boek ‘Jodelende wulpen & keukentafels – Landbouw door vogelogen’ is een zeer persoonlijk boek over de do’s and don’ts van vogelbescherming. Een fascinerend relaas van een persoonlijke visie op het verbinden van landbouw met natuur in het algemeen en populatieherstel van akkervogels in het bijzonder. Een visie die volledig steunt op decennialange ervaring in het veld.
Interview: Nettie Dekker
Wanneer is jouw fascinatie voor boerenlandvogels begonnen en hoe heeft die jou gevormd?
“Toen ik startte als jonge vogelonderzoeker in de Groninger akkers, was er nog niet veel kennis over akkervogels en roofvogels. Zelf was ik daarvoor vooral met flora en zwanen bezig geweest. Op een keer klopte ik aan bij een boer of ik op zijn land mocht kijken. ‘Ga je gang’, zei hij, ‘maar morgen gaan we maaien’. Op zijn land vond ik m’n eerste nest van een grauwe kiekendief, met pas gelegde witte eitjes. En ik zag een prachtige vogel die kekkerend voor me wegvloog. Die gebeurtenis markeerde het begin van mijn inzet voor de bescherming van deze elegante vogel in grootschalig akkerland.”
We horen veel over de teloorgang van weidevogels zoals de grutto, maar veel minder over akkervogels. Waar ligt dat aan denk jij?
“Dat komt vooral door mensen als Theo Mulder, die al in de jaren zestig en zeventig bezig waren met weidevogels. Het duurde tot ver in de jaren tachtig voordat de akkervogels serieus in beeld kwamen bij vogelonderzoekers. Terwijl weidevogels onderdeel werden van de cultuur, gebeurde dat gek genoeg niet bij akkervogels. Terwijl die soorten stuk voor stuk interessant zijn om in goede cijferreeksen te vangen. Akkervogels werden geassocieerd met leegte: daar op die akkers ‘zit toch niks’. Behalve provinciale diensten deed niemand er echt moeite voor. Komt nog bij dat veel natuurbeschermers bang zijn voor boeren, die nogal intimiderend kunnen overkomen. Ik heb altijd graag samengewerkt met boeren. Eerlijk gezegd voel ik me in die wereld ook beter thuis dan in de wereld van natuurbeschermers. Bovendien zit er bij boeren enorm veel veldkennis.”
Akkervogels werden geassocieerd met leegte: daar op die akkers ‘zit toch niks’
Jouw veldwerk bracht je ook ver buiten onze grenzen. Is de kennis die je daar opdeed, toepasbaar op de Nederlandse situatie?
“Ik herinner me mijn eerste gesprekken met een boer in Niger nog goed. Ik wist niet wat ik moest verwachten en we konden elkaar niet verstaan, maar we snapten elkaar wel. Hij bleek veel te weten over kiekendieven. Ik leerde dat ze daar vooral sprinkhanen aten. In India zag ik iets wat ik nergens anders ben tegengekomen: dode kiekendieven op slaapplaatsen. Met verkrampte pootjes, vergiftigd met landbouwgif. Eigenlijk zie je overal in de wereld dezelfde patronen. Landbouw is produceren, en dat levert conflicten op tussen mens en natuur.”

In jouw boek staat veldwerk centraal. Tegenwoordig brengen ecologen veel tijd door achter een computer. Wat betekent dat voor natuurherstel?
“De jaren dertig van de vorig eeuw waren misschien wel de rijkste wat betreft akkervogels. Maar ook toen ik begon, eind jaren tachtig, zag je nog overal gewassen als vlas, veldbonen en karwij. De gemiddelde boer teelde dertien verschillende gewassen. Nu zijn dat er nog maar een paar, vooral maïs en andere ellendegewassen. Daardoor is de hele akkervogelgemeenschap onderuitgegaan. Het gaat dus over referenties en shifting baselines. Als je referentie al niet klopt en je gaat daaromheen beleid boetseren, dan gaat dat niet werken. Je moet echt anders gaan denken dan het nu heersende frame. Je moet weten hoe het systeem in elkaar zit en wat vogels nodig hebben. Mijn inzichten daarover heb ik mede opgedaan tijdens mijn reizen en ervaringen met andere landbouwsystemen. Welke gewassen goed zijn weten we, zoals toegepast op zogenaamde BAM-akkers (Biodivers Akker Mozaïek ofwel akkers met een kruidenmengsel en met luzerne en gewassen als graan en veldboon). Ik ben ervan overtuigd dat het feit dat we nauwelijks ecologen meer hebben die veel uren hebben gemaakt in akkers, heeft bijgedragen aan de teloorgang van boerenlandvogels.”
Je hebt vaak aan keukentafels van akkerbouwers gezeten. Wat kunnen vogelbeschermers van hen leren en kan je akkervogels überhaupt helpen als je geen kennis hebt van landbouw?
“Nee. De nieuwe generatie ecologen zou echt meer naar buiten moeten. Eerst weten waar je het over hebt; pas daarna kan je grip krijgen op hoe je verandering kan bewerkstelligen. Zelf heb ik het geluk gehad dat ik goede mentoren had om te leren over akkernatuur. Het is niet genoeg om boeren een bak geld te geven en te denken dat het wel goed komt als zij niet weten hoe. Maar er is ook veel kennis bij boeren. Zo ging ik eens mee ploegen met een boer op de Veluwe. Op een paar meter van de trekker liepen vier raven mee met de ploeg. Samen genoten we van die raven, terwijl hij vertelde hoe hij de bodem had verbeterd. Door vergaderen kom je niet te weten wat vogels nodig hebben. Dat leer je door onafhankelijk onderzoek te doen en kennis te vergaren op het snijvlak van wetenschap en landbouwpraktijk. Alleen zo kan je tot goede en praktische oplossingen komen die goed zijn voor natuur én de boer.”
De nieuwe generatie ecologen zou meer naar buiten moeten gaan
Er gaan vele miljoenen naar natuurinclusieve landbouw, maar dat heeft zich niet vertaald naar populatieherstel van weide- en akkervogels. Waar gaat het mis?
“Toen ik begon, kregen we voor ons onderzoek 1100 gulden. Nu gaan er vele miljoenen euro per jaar naartoe. Veel meer dan aan regulier natuurbehoud in natuurgebieden wordt besteed. Het wegzetten van dit geld is een doel op zich geworden en realistische doelen halen is uit het zicht verdwenen. Het gaat vaak naar de makkelijkste plekken en niet naar die locaties waar populatieherstel kansrijk is. Wie weet bijvoorbeeld nog waar een goede concentratie wulpen zit? In plaats van het behouden van de huidige geldstromen naar boeren(collectieven) kan je beter inzetten op ‘ecologisering’ van de landbouw. Samenwerking binnen landschappen gebaseerd op degelijke ecologische kennis kan wel tot herstel leiden.”
Maaibeleid, groenbemesters, eenjarige akkerranden, bloemvakken… Je noemt nogal wat vaak goedbedoeld beleid dat aantoonbaar niet werkt of populatieherstel zelfs tegenwerkt. Wat zijn de voorwaarden voor succesvol agrarisch natuurbeheer?
“We moeten het juiste debat gaan voeren, op basis van argumenten. En we moeten inzetten op het doorgeven van praktische kennis en blijven zoeken naar nieuwe mogelijkheden en technieken. We moeten toch al van het vlees af en meer plantaardig gaan eten. Daar zie ik echt kansen voor de landbouw: inzetten op het telen van plantaardige eiwitten voor menselijke consumptie. Boeren zijn verleerd om peultjes en veldbonen te telen. Er gebeuren al goede dingen, zoals Koopmans die Nedertarwe, meel en bloem van in Nederland duurzaam geteeld graan, levert aan bakkerijen. In mijn boek ga ik uitgebreid in op het belang van het telen van granen voor humane consumptie in de akkerbouw. Lupine is een eiwitrijk gewas dat veel insecten trekt, terwijl de stoppels in de winter geweldig zijn voor patrijzen. Het is hoopvol dat er boeren zijn die niet langer willen wachten totdat de overheid eindelijk iets gaat doen. Zij laten zien dat je met goede wil en de juiste ecologische kennis succesvol kunt zijn.”
Als reden voor falend populatieherstel wordt vaak gewezen naar predatoren. We voeren hier de verkeerde discussie vind jij. Hoe moeten we hier dan wel naar kijken?
“Als je alleen blijft kijken naar kieviten en grutto’s, kijk je veel te eenzijdig. Natuurlijk is de kiekendief een keiharde predator, maar kijk je door zijn ogen naar een landschap en zie je nog maar één eenzame broedende wulp, dan kan de predatiedruk inderdaad onevenredig hoog zijn. Een kiekendief heeft belang bij een gevarieerd voedselaanbod in een rijk landbouwsysteem. Als je jaarrond naar de soort kijkt, zie je waarom deze het zo moeilijk heeft. Ons landbouwsysteem is volledig doorgeschoten. Predatiedruk is normaal en hoort thuis in elk systeem. Als iemand beweert dat het succes van de grutto afhangt van hoe je succesvol predatoren kunt onderdrukken, dan ben je appels met peren aan het vergelijken. Bij predatieonderzoek kan het ook geen kwaad om te kijken naar wie het heeft uitgevoerd en of het onafhankelijk onderzoek is.”
We moeten het juiste debat gaan voeren, op basis van argumenten
Het beleid faalt op veel punten, maar jij ziet juist kansen voor een toekomstbestendige landbouwpraktijk die én biodiversiteitswinst en populatieherstel én winst voor de boer oplevert. Wat is daarvoor nodig?
“Als geldstromen heel groot worden, gaat dat vaak ten koste van creatieve ideeën. De mindset van een boer is simpel: iets moet werken. Mijn ervaring is dat boeren dan graag meedoen, bijvoorbeeld met klaveronderzaai. Door de aangescherpte regelgeving is de noodzaak groter geworden dan in mijn beginjaren. Ik zie oprechte belangstelling voor dit soort praktische concepten. Als je een hoog schaalniveau kan bereiken, maak je echt een verschil. Klaver bindt stikstof en het bodemleven wordt erdoor verbeterd. In dat licht bezien is het herontdekken van een eeuwenoude landbouwpraktijk als klaveronderzaai helemaal niet zo gek.”

Wat hoop je met jouw nieuwe boek te bereiken?
“Voor mij persoonlijk heeft het schrijven van dit boek enorm geholpen bij het terugvinden van mijn zelfvertrouwen. Dat was volledig geknakt door het verlies van mijn dochter Sanne en het onterechte ontslag door de Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief. Een stichting die ik zelf heb opgericht. Ik heb vooral willen laten zien dat praktische kunde –vakmanschap – kan leiden tot werkbare concepten waar boer én vogels mee vooruit kunnen. Je kunt echt heel interessante dingen doen in landbouwgebieden. En daar is niet meer geld voor nodig dan dat we nu uitgeven. Wat wel nodig is zijn ecologen die gevoed met de juiste kennis in gesprek gaan met energieke boeren om zo samen het tij te keren.”
Ons landbouwsysteem is volledig doorgeschoten. Predatiedruk is normaal en hoort thuis in elk systeem
En waar ga jij je de komende jaren mee bezighouden?
“Landbouw blijft mij fascineren, dus ik blijf doen wat ik altijd gedaan heb. Hopelijk alleen slimmer dan voorheen. Volgende winter vertrek ik weer naar West-Afrika. Daar wonen de fijnste, meest oprechte en krachtigste mensen die ik ooit ben tegengekomen. Een mens moet blijven dromen en ik ben ervan overtuigd dat het op dit continent gaat lukken om de landbouw de juiste richting op te veranderen. En ik blijf samenwerken met inspirerende boeren. Ik koester mijn herinneringen aan boeren die vertelden dat ze een verrekijker hadden gekocht om ‘hun’ vogels beter te kunnen volgen. Nu werk ik samen met hun kinderen. Trots ben ik erop dat tienduizenden veldleeuweriken hebben geprofiteerd van wat ik heb gedaan. En dat de achteruitgang van de ruigpootbuizerd destijds minder snel verliep.”
Meer informatie over het werk van Ben Koks vind je hier. Voor een uitgebreide boekbespreking klik hier.
Foto’s:
1. Ben Koks met een steppekiekendief in de hand in Finland (Foto: Elvira Werkman)
2. Boekomslag
3. De broedende wulp die mede de inspiratie vormde voor Ben Koks’ nieuwe boek (p. 109) (Foto: Ben Koks)
28 februari 2026
