Filmmaker Rik van der Linden
“Elk landschap krijgt de soorten die het verdient”
De film ‘Een gemeenschap van leven’ ging begin november in première tijdens het Wildlife Film Festival in Rotterdam . Filmmaker Rik van der Linden won er de publieksprijs mee. De hoofdrollen in deze film zijn weggelegd voor de imposante eik en haar bewoners, waaronder de eikenprocessierups.
Wat hoopte je vooraf dat je film teweeg zou brengen? Welk verhaal wilde je vertellen?
“Wat ik het meest hoop is dat dat we ons ervan bewust worden (of zijn) dat onze westerse manier van kijken naar de wereld niet de enige manier is. Ons wereldbeeld staat ons ook in de weg en je gaat je afvragen: wil ik dit wereldbeeld wel? Ook wilde ik de eik tot leven brengen, zodat je voortaan even stilstaat als je een ziet. En hem misschien zelfs eventjes gedag zegt.”
En is dat gelukt? Wat hoorde je terug tijdens de nagesprekken met het publiek?
“Het is grappig dat je merkt dat na zo’n vertoning een hele zaal naar dezelfde film heeft zitten kijken, maar dat het tegelijkertijd ook een individuele kijkervaring is. Er is een gemeenschappelijke ervaring die mensen op een emotioneel en dieper, existentieel niveau raakt. Wat het betekent om met zo’n westerse blik naar de natuur te kijken. Het geeft ruimte om dat ongemak, bijna pijn, te voelen over wat onze soort allemaal kapot maakt. Zonder daarvoor direct een schuldige aan te wijzen. Er zitten meerdere lijnen in het verhaal. De micro-lijn is het ‘kleine’ verhaal van de eikenprocessierups en het meso-verhaal gaat over de verschillende manieren van omgaan met deze rups. Matthijs Schouten vertolkt het macro-niveau met zijn filosofische kijk op de vier grondhoudingen ten aanzien van de natuur: de heerser en de rentmeester aan de ene kant en de partner en de participant aan de andere kant van het spectrum. In de film zie je waar het heersersmodel toe leidt. “
In de film zie je waar het heersersmodel toe leidt
Wat heb jij zelf geleerd tijdens het maken van deze film?
“Ik ben de rol van de boom in het ecosysteem beter gaan zien. De eik is voor mij als het ware tot leven gekomen. Ik zie nu veel beter hoeveel soorten er allemaal een relatie met die boom hebben. Dat we van die eik kunnen leren dat wij andere soorten kunnen uitnodigen om met ons mee te eten. Daarmee wil ik niet zeggen dat de eik een bonk goedheid is. Een altruïstisch wezen dat alleen maar goed wil doen, maar hij doet het wel. Wij doen onszelf, met alles wat wij doen, tekort. Soms zijn er ook vertoningen waarbij kijkers in de discussie achteraf meer tegenover elkaar staan. De ‘heerser’ zegt: o, dus jij vindt dat we de natuur dan maar helemaal haar eigen gang moeten laten gaan? Maar het gaat om de afwegingen die je maakt. Hoe kunnen we recht doen aan al die andere soorten? Soms denk ik dat we te veel naar de uitersten luisteren. Juist in het grijze gebied daartussen zie je veel bereidheid en de behoefte van mensen om goede gesprekken te voeren.”
Wat mijn zoektocht drijft is dat wij als soort zo’n dominante rol spelen
Traditioneel zoomen natuurfilms vaak in op bepaalde soorten. In jouw films spelen juist ook mensen een rol en ben je regelmatig zelf in beeld. Waarom kies je daarvoor?
“Als je ervan uitgaat dat wij zelf ook natuur zijn, dan is een natuurfilm een film waar ook mensen een rol in spelen. Wat mijn zoektocht drijft is dat wij als soort zo’n dominante rol spelen. We leven in een bizarre tijd waarin er voor het eerst een diersoort is die niet als een van de soorten in een landschap als sleutelsoort is geëvolueerd. Na de industriële revolutie hebben wij zoveel instrumenten in handen gekregen om met dat landschap aan de gang te gaan, dat wij een uitstervingsgolf hebben veroorzaakt. Een vraag die mij fascineert is: wie wij eigenlijk zijn en moeten worden om hier nog uit te komen. Hoe is het mogelijk dat de natuur een brein heeft voortgebracht, een wezen dat zich ervan bewust is dat het zijn eigen petrischaaltje aan het vervuilen is en daar niet mee weet om te gaan? Dit soort vragen houden mij bezig en ik denk dat herverbinden met de natuur van wezenlijk belang is om die draai te maken. Dat probeer ik met mijn films. Voor mij is hoe we omgaan met de eikenprocessierups een illustratie van ons natuurbeeld als westerlingen en een bevestiging dat wij ons buiten die natuur plaatsen, terwijl wij er niet los van staan.”
Je hebt eerder films gemaakt over mensen die zich bezighouden met natuurwaarnemingen. Wat fascineert jou zo aan mensen die dat doen? En wat leer jij van ze?
“Wat ik er vooral van heb geleerd is dat iedere waarnemer een eigen soortgroep heeft. Een eigen stukje waar ze veel van weten. Daardoor hebben ze een landschap heel goed leren lezen. Loop je met deze mensen mee, dan zie je iedere keer een ander verhaal over hetzelfde landschap. Maar veel weten over een soort zegt niet meteen iets over de grondhouding van iemand; dat kan ook het heersersmodel zijn.”
Wat kenmerkt een Rik van der Linden-film nog meer?
“Ik probeer altijd films te maken samen met maatschappelijke organisaties. Zo haal je film uit de cultuurhoek. We hebben nieuwe verhalen nodig. Daarom vraag ik me altijd af: kan dit verhaal zin hebben en hoe krijgen we het daar waar we de meeste impact kunnen maken? Zo hebben we het verhaal over de eikenprocessierups juist vooral gericht op gemeenten en provincies. Zodat ze ernaar kijken en zich misschien gaan afvragen: waarom doen we dit eigenlijk? En als we het anders willen, hoe komen we dan daar? Maar ook binnen de groene bubbel heeft het zin om met elkaar te praten zodat we onze taal scherper kunnen maken.”
Wij leven in het narratief dat we allemaal in strijd zijn met elkaar
De eikenprocessierups komt eigenlijk alleen in termen van overlast in het nieuws. Jouw film laat zien hoeveel we in de strijd gooien in een poging om het beestje te beheersen. Wat zegt dat over ons?
“Wat ik zelf grappig vind is dat ik juist door het verhaal van Matthijs Schouten in de film wat milder ben geworden. Hij vertelt waarom wij het normaal en logisch zijn gaan vinden dat wij over de natuur heersen. Hoe wij onszelf hebben aangepraat dat dat ook onze rol of taak is. Wij hebben de ideeën van Darwin zo uitgelegd dat in de natuur het recht van de sterkste geldt. Wij leven in het narratief dat we allemaal in strijd zijn met elkaar. Zelf heb ik veel gehad aan het werk van Charles Eisenstein, die ons gedrag ziet als een uiting van het systeem waar we in zitten. Een systeem dat is gebaseerd op bepaalde narratieven. Wat we nodig hebben zijn nieuwe verhalen. Alle kennis is er al, maar we weten die niet te combineren met oude wijsheid om zo tot een nieuw verhaal te komen. Als we willen veranderen, zullen we van binnenuit moeten veranderen. En daar wil ik een bijdrage aan leveren.”
We zien bijna dagelijks berichten over hoe slecht het gesteld is met de insecten. Als kijker besef je dat deze bestrijding wel schadelijk moet zijn voor andere insectensoorten, die toch de basis vormen voor ecosystemen. Hoe kan het dat dat zo weinig lijkt door te dringen?
“Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat binnen de natuurbeweging nog steeds de gedachte bestaat dat als we het nu maar nóg een keer goed uitleggen iedereen het wel gaat snappen. Maar dat werkt niet. Zonder emotie komt die boodschap niet aan.”
We voeren ook oorlog tegen andere soorten die we lastig vinden, zoals Aziatische hoornaars of ganzen. Dat klinkt door in de taal.
“Als je biologen onderling hoort praten zie je dat ook. In de natuur eet de ene soort andere. Dan is het misschien wel logisch om ‘oorlogstaal’ te gebruiken. Ook dat zit enorm diep ingebakken in ons en in onze cultuur. Welke soorten er mogen zijn en welke niet. Daar speelt de journalistiek trouwens ook een rol in.”
Als je wereldbeeld zo is dat de mens geen natuur is, dan is de stad zelf geen natuur
Je hoort weleens mensen zeggen dat er geen echte natuur is in Nederland. Veel van jouw werk gaat over de natuur om ons heen, zoals natuur in de stad. Wat zou je die mensen willen meegeven?
“Als je wereldbeeld zo is dat de mens geen natuur is, dan is de stad zelf geen natuur. In mijn serie ‘GrijsGroen’ bezie ik de stad als een fonkelnieuwe habitat op een oeroude planeet. Dat levert heel interessante gesprekken op. Is een huis van steen echt zoveel anders dan een nest van een buizerd of een burcht van een bever? Als we de stad zo zien, zien we ook dat er in alle kiertjes en gaten van die stad van alles leeft. Ik vind het juist heel boeiend om soorten te zien die het goed doen in zo’n nieuwe habitat: kauwen, ratten, meeuwen, vossen. Ze hebben vaak een negatief imago, maar je kan ze ook onbevooroordeeld tegemoet treden. Zij houden ons een spiegel voor. Elk landschap krijgt de soorten die het verdient.”
In de film vertelt Matthijs Schouten over de verbondenheid met de natuur. Wanneer voelde jij je voor het eerst deel van de ‘gemeenschap van leven’? En hoe heeft dat jouw leven en werk beïnvloed?
“Ik kan niet één moment aanwijzen dat alles kantelde. Dingen veranderden toen ik verhuisde naar net buiten de stad, lid werd van een herenboerderij en vader werd. Voor mij was de eerste coronagolf een zegen. Ik werd gedwongen om alleen dingen te gaan doen. Ik ging vogels fotograferen. Het waren de vogels die mij het landschap leerden lezen. Door de lens kan je ze in de ogen kijken en veranderen ze van leden van een soortgroep in unieke individuen. Individuen die afhankelijk zijn van dat landschap. En dat heeft de natuur allemaal zelf gedaan. Voor mij vormt de camera geen belemmering. Wij zijn grote wezens en met de lens kan je kleinere wezens dichterbij halen. Fotograferen en filmen bieden je ook de gelegenheid om te vertragen. Je leert beter kijken en soms doe ik gewoon even helemaal niets. Ik wil het liefst alleen nog maar verhalen vertellen die te maken hebben met verbondenheid met de natuur. Als missie, maar ook om er zelf steeds wijzer door te worden.”
Wil je meer weten over de films van Rik van der Linden of een filmvertoning organiseren? Ga dan naar https://rikvanderlinden.nl/
Als je meer wilt weten over de grondhoudingen ten aanzien van natuur, lees dan ook het interview met Matthijs Schouten: https://fauna4life.nl/matthijs-schouten-laten-we-allemaal-uit-de-kast-komen/

29 november 2025
