Sander Turnhout: “We zijn heel goed in het kapotmaken van natuur”

Sander Turnhout: “We zijn heel goed in het kapotmaken van natuur”

Recent kwam zijn boek ‘Over leven – Wat uitsterven ons kan leren over natuurherstel’ uit. In dit boek portretteert Sander Turnhout 27 soorten die balanceren op het randje van leven en dood. Eerder schreef hij al ‘Dan staat het gras als liefde – Een toekomst voor natuur in Nederland’ over het Nederlandse natuurbeleid. Reden voor Fauna4Life om hem te interviewen over de staat van de natuur in ons land (en hoe we die kunnen verbeteren).

Interview: Nettie Dekker

In je nieuwste boek ‘Over leven’ beschrijf je een aantal ‘dodo’s’, levende doden, in onze natuur. Is er iets wat deze soorten met elkaar gemeen hebben?
“Met elk portret in het boek heb ik een ander probleem in natuurbescherming willen laten zien. De gemene deler is dat ten minste één iemand zich het lot van een dodo heeft aangetrokken. We zitten vaak in de rare situatie dat we alleen iets weten over zo’n soort, omdat iemand zich ervoor inzet. Sommige mensen halen verrassende resultaten, omdat ze dingen uitproberen, met trial and error. Zo is er een voedselbos waar de zomertortel weer is gaan broeden. De default-instelling is uitsterven. En dat vindt plaats met een afschrikwekkende snelheid. Natuur scheiden of verweven is een achterhaalde discussie. Dat verweven is mislukt, maar natuur opbergen achter een hek is uitstel van executie. Kijk naar de Veluwe, waar de bodem zuurder is dan cola. Als we er met intensieve beheer(s)maatregelen alles aan doen om natuur overeind te houden, gaat de kwaliteit minder hard achteruit. Maar ze gaat nog steeds achteruit.”

Een van de soorten in je boek is vloedschedemos, dat alleen nog op één plek in de Biesbosch voorkomt. Deze soort zal door ontpoldering vrijwel zeker verdwijnen uit Nederland. Is het erg als we zo’n soort kwijtraken?
“Dat is een morele vraag. Als je functioneel naar ecosystemen kijkt, verandert daar voortdurend van alles. Maar met het verdwijnen van een soort raak je hoe dan ook diversiteit kwijt. Elke soort is een manifestatie van intelligentie. Verliezen we een soort dan worden we dommer. Diversiteit gaat niet alleen over hoeveel soorten er in een gebied leven. De definitie van biodiversiteit is variatie in genen, soorten en leefgebieden en alle interacties daartussen. Het gaat dus ook over interacties tussen die soorten. Zonder die interactie leeft het niet; dan heb je een dierentuin. Ten opzichte van 1850 zijn we 85 procent van onze biodiversiteit kwijtgeraakt. Dat is een schokkend getal. In mijn perspectief zijn we allemaal natuur en natuur is van iedereen. Biodiversiteit gaat dus ook over ons. Is het erg dat vloedschedemos verdwijnt? We weten het gewoon niet. Hele ecosystemen kunnen instorten als een key stone-soort verdwijnt. Je ziet pas wat je niet kon missen als het al verdwenen is.”

“Je ziet pas wat je niet kon missen als het al verdwenen is”

Een andere levende dode is de grutto. Er gaan vele miljoenen naar het redden van de soort. Waarom lukt het dan toch niet?
“In mijn boek heb ik met elke soort een ander probleem belicht. Bij de grutto zien we een referentieprobleem. Grutto’s zijn moerasvogels. Dat zie je aan hun lange poten en lange snavel. In een natuurlijke situatie staan ze in het water. De piek van de populatie lag in de jaren tachtig. Toen deed de grutto het op bemeste, niet-natuurlijke graslanden met meer dan 125.000 paar idioot goed. Omdat die jarentachtigvisie dominant is, werd de ambitie op dat onhoudbare aantal en daarmee op een onnatuurlijke referentie gebaseerd. Stel je voor dat we over vijftig jaar uitgaan van het onnatuurlijk grote aantal grauwe ganzen van nu als referentie. Inmiddels heeft Vogelbescherming die ambitie naar beneden bijgesteld, maar feit blijft dat sturen en fixeren op aantallen ingewikkeld is. Als je toe wilt naar een natuurlijke situatie moeten we een heel ander type discussie voeren en andere referenties gebruiken. Zoals die in de Habitatrichtlijn, die uitgaan van een gezonde leefomgeving. Zoek een leefgebied dat nog niet zo vervuild is in het buitenland en kijk hoe dat eruitziet. In Nederland kunnen we aan de hand van historische kaarten en data terug in de tijd kijken, naar de tijd voor de ontwatering en het gebruik van pesticiden en kunstmest. Die referentiebeelden zijn uit beeld geraakt.”

Politici laten predatoren doden, omdat weidepopulaties niet zouden herstellen door predatie. Wat vind je van die redenering?
“Vossen zijn opportunisten. Ze kunnen zwemmen, maar doen het liever niet. De natuurlijke verdediging tegen predatoren is dus hoog water. Er waren vroeger gebieden zonder vossen en steenmarters. Maar wil je daarnaar terug? Als je stopt met het doden van predatoren komen ze vanzelf terug. Kijk maar naar de wolf. De evolutie heeft ons predatoren gebracht en zij begrenzen zichzelf. Op een plek waar een vos zit, duldt deze geen andere vossen. Schiet je hem weg, dan neemt zo een andere zijn plaats in. Ik geloof in de juiste volgorde van maatregelen. Zolang je het waterpeil niet verhoogt, heeft het doden van predatoren weinig zin.”

In Friesland gaan Vogelwachten de komende jaren grutto-eieren rapen om kunstmatig te laten uitbroeden. Moeten we dit willen?
“Staatssecretaris Rummenie ziet het kunstmatig uitbroeden van grutto-eieren als een mooie kans voor de Nederlandse pluimveehouderij, omdat deze zoveel ‘relevante kennis heeft over het opkweken van vogels’. Zo’n associatie met natuurbescherming is te brutaal voor woorden. Maar alle verontwaardiging is ook opvallend, want we doen hetzelfde met andere soorten. De korenwolf vond men ooit een plaagsoort. De hamsters werden op grote schaal doodgeknuppeld. Toen Nederland ze moest gaan beschermen, werden de laatste in het wild levende dieren weggevangen, opgekweekt en weer uitgezet. Dat gebeurt ook met eikelmuizen en vuursalamanders. Voorwaarde is wel dat een soort historisch gezien op een locatie gezeten moet hebben. En de omstandigheden moeten zo zijn dat de dieren daar kunnen overleven. Vooral dat tweede is belangrijk.”

“De flora en fauna in jouw lijf is ook natuur”

Bij natuurgebieden kan je bordjes tegenkomen met de boodschap ‘Hier maken wij topnatuur’. Is natuur maakbaar?
“We moeten daar niet in doorschieten. We zijn heel goed in het kapotmaken van natuur. Zelfs op de Noordpool regent het plastic. Het is een grote opdracht om dat te repareren. Het is volstrekt onlogisch dat je je omgeving vervuilt, want alles wat je in je omgeving stopt, stop je ook in jezelf. De flora en fauna in jouw lijf is ook natuur. Laten we beginnen met toegeven dat het natuurbeleid niet werkt. Maar blijkbaar houden we liever vast aan de zekerheid van het falen dan dat we omgaan met onzekerheid. Loslaten van het controlemodel zorgt voor een primitieve angst, vergelijkbaar met als je voor het eerst gaat hardlopen in een donker bos. Maar als je het vaker doet, wordt het makkelijker en leer je je angst overwinnen. Soms moet je gewoon iets geks doen. Het onbekende aandurven. Zoals de Vlinderstichting, die nectarkroegen [potten met inheemse, bloeiende planten] op het Kootwijkerzand plaatste voor vlinders en andere insecten. Dat is ook wat mensen die zich met dodo’s bezighouden gemeen hebben: ze hebben allemaal iets raars gedaan!”

Natuurherstel en klimaatmaatregelen zijn te duur vinden sommige politici. Wat kost het als we niets doen?
“Dat is moeilijk te becijferen. Deloitte meldde recent in een rapport dat de intensieve landbouw een negatieve impact heeft van 18,6 miljard euro. De vraag is wat dat soort getallen zeggen. Wat reken je mee en wat reken je niet mee? Ecologie en economie hebben dezelfde oorsprong. We zien dat bedrijven met carbon credits hun uitstoot afkopen. Maar de uitstoot blijft. Er zijn op aarde geen plekken meer te vinden waar we geen schade zien. De weg voorwaarts is dat bedrijven zich moeten gaan bewegen binnen ecologische grenzen. Een bedrijf dat dat niet kan, heeft geen economisch model maar een roofmodel. We hebben de halve wereld inmiddels leeggeplunderd en je kan niet meer doen alsof je dat niet ziet.”

“We zitten vast in de ideologie dat het bedrijfsleven de wereld gaat redden”

Wat kunnen mensen zelf doen om van zombienatuur weer levende natuur te maken?
“De wetenschap dat we zoveel biodiversiteit hebben verloren, kan verlammend werken. Daarom wilde ik in mijn boek bij elke soort ook een handelingsperspectief bieden. Zoals voor de grutto: kies voor zuivel van Ekoplaza of Odin in plaats van FrieslandCampina of haal deze direct bij de boer. Meer plantaardig eten maakt al een wereld van verschil voor jouw eigen voetafdruk. Het is heel raar dat we het normaal vinden dat ons voedsel ongezond is voor onszelf én voor onze leefomgeving. Nudgen met subsidies heeft niet geleid tot verandering. Bedrijven spelen in de marge misschien wat met dat geld, maar hun corebusiness blijft in stand. Wat wel helpt is normeren. We zitten vast in de ideologie dat het bedrijfsleven de wereld gaat redden, maar dat moet de overheid doen. De overheid is geen bedrijf en burgers zijn geen klanten. Zij moet het gemiddelde van het algemeen belang vertegenwoordigen. We staan aan de vooravond van een ineenstorting. We moeten de wereld radicaal anders gaan vormgeven en de natuur weer van de grond af gaan opbouwen. Maar de veerkracht van de natuur is dynamisch. En natuurherstel biedt hoop.”

Sander Turnhout is strategisch adviseur bij SoortenNL, een netwerk van negen organisaties dat waarnemingen van vrijwilligers voor alle wilde planten en dieren van Nederland verzamelt. Hij schreef meerdere boeken: Het Basisboek veldbiologie, Over leven – Wat uitsterven ons kan leren over natuurherstel en Dan staat het gras als liefde – Een toekomst voor natuur in Nederland.

25 januari 2026


Pin It on Pinterest