Wilde zwijnen: stop met populatiebeheer

Wilde zwijnen: stop met populatiebeheer

Wilde zwijnen zijn vrijwel nergens hun leven zeker. Op de Veluwe en in de Meinweg (Limburg) mogen ze leven, maar wordt elke jaar het grootste deel afgeschoten om de populatie te ‘beheren’. In de rest van het land geldt de zogenaamde ‘nul-optie’ ofwel mag elk zwijn dat zich vertoont, worden gedood. Jagers willen nog meer mogelijkheden hebben om deze dieren te doden. Fauna4Life pleit voor een geheel ander beheer. Deze dieren zouden in principe met rust moeten worden gelaten. Alleen in het geval van problemen, zoals landbouwschade of aanrijdingen, kunnen op de situatie toegespitste maatregelen worden genomen.

Invoer ‘drukjacht’
Het aantal wilde zwijnen in de provincie Limburg neemt toe, met als gevolg dat jagers toestemming willen hebben om andere jachtmethoden toe te passen. Nu mogen ze de dieren alleen vanaf een hoogzit schieten. Ze willen ook gebruik gaan maken van wat zij ‘bewegingsjacht’ of ‘drukjacht’ noemen. In Brabant gaan eveneens stemmen op om deze jachtvorm toe te gaan passen. Hierbij worden de dieren door een jager ‘in beweging gebracht’, waarna een andere jager ze kan schieten. Dit klinkt heel acceptabel, maar het verschil met de ouderwetse ‘drijfjacht’, waarbij de dieren door middel van drijvers en honden naar de jagers met geweren werden toe gejaagd, is maar klein. Bovendien is er vrijwel geen toezicht in de natuur tijdens jachtpartijen, waardoor dit een vrijbrief kan worden voor allerlei misstanden. De drijfjacht is niet voor niets verboden. Door hun bouw is het toch al heel moeilijk om een wild zwijn direct dodelijk te raken als deze stilstaat. Dat is onmogelijk als de dieren met, al dan niet hoge, snelheid langskomen. Een bloedbad dreigt.

Beheer gericht op aantallen
Wij merken op dat jagers voortdurend bezig zijn met aantallen als het gaat om het beheer van grote hoefdieren waaronder wilde zwijnen. Ze tellen de dieren, bepalen aan de hand van allerlei factoren hoeveel dieren er volgens hen in een bepaald gebied zouden mogen voorkomen en vervolgens berekenen ze de aantallen die ze zouden moeten schieten. De eerste fout hierbij is dat wilde zwijnen in de vrije natuur niet te tellen zijn. Er kan op zijn hoogst een trend worden aangegeven als bij de tellingen steeds dezelfde methode wordt toegepast. Het vaststellen van absolute aantallen is onmogelijk. Afgezien daarvan is het bepalen van het gewenste aantal dieren in een gebied zeer subjectief. Wat is ‘gewenst’? Wie bepaalt dat? Dat betekent dat de berekening van de aantallen die volgens de jagers moeten worden afgeschoten, op drijfzand is gebaseerd.

Wanneer wordt er eindelijk gekozen voor een beheer waarbij door de omgeving ofwel door natuurlijke processen wordt bepaald welke en hoeveel dieren waar voorkomen. De praktijk heeft aangetoond dat het sturen op aantallen zeker in het geval van wilde zwijnen niet werkt. Ondanks de zeer intensieve jacht op deze dieren (jaarlijks wordt bijvoorbeeld in Gelderland naar schatting meer dan 70% van de dieren geschoten) nemen de aantallen toe en hebben ze zich weten te vestigen in gebieden waar ze niet gewenst zijn (de zogenaamde nul-optie gebieden). Dit geldt voor zowel Limburg en Brabant als ook de rest van het land. Dat is ook logisch. Het gaat om een dier dat zich makkelijk aan allerlei omstandigheden kan aanpassen. Het zijn alleseters en ze kunnen zich snel voortplanten. Bovendien zijn ook voor wilde zwijnen de grenzen open, waardoor deze dieren zich vanuit Duitsland eenvoudig kunnen vestigen in bijvoorbeeld Limburg, Overijsel en Drenthe.

Alternatief beheer
Fauna4Life is van mening dat het beheer op basis van aantallen ofwel het populatiebeheer moet worden afgeschaft. Dat wilde zwijnen voor landbouwschade kunnen zorgen en kunnen worden aangereden is waar, maar het willekeurig doden van dieren op basis van tellingen lost dat niet op. Sterker nog, de omvang van de schade en het aantal aanrijdingen neemt hierdoor eerder toe. Het afschot vindt namelijk vooral plaats in de natuurgebieden, waardoor ze die gebieden als onveilig gaan beschouwen, zich vaker in de buurt van mensen gaan vestigen, waarbij ze wegen oversteken en voedsel gaan zoeken op landbouwpercelen. Wij zijn van mening dat de wilde zwijnen in de bossen en natuurgebieden juist geheel met rust moeten worden gelaten. Eventuele maatregelen zouden zich moeten richten op de locaties en de situaties waarbij sprake is van schade of gevaar. Landbouwschade kan worden voorkomen door zwijnenkerende rasters te plaatsen. Een andere methode is het actief en intensief verjagen van landbouwpercelen. Het is dan wel belangrijk dat deze dieren elders met rust worden gelaten. Om aanrijdingen te voorkomen is het vooral van belang om te inventariseren waar zich aanrijdingen voordoen, zodat daar gerichte maatregelen kunnen worden genomen. De beste methode is om de snelheid van het verkeer te verlagen en goede voorlichting te geven aan verkeersdeelnemers. De meeste aanrijdingen vinden plaats in de schemering en in het donker. Het verkeer zou daar de snelheid op moeten aanpassen.

Samenleven met wilde zwijnen
Gelukkig wordt er steeds vaker op een andere manier tegen dieren aangekeken. In de natuur richt het wild zwijn geen schade aan maar kan zelfs als sleutelsoort worden beschouwd en aan zo’n soort moeten we zo weinig mogelijk sleutelen. Het huidige beheer is aan een ingrijpende revisie toe.

Pin It on Pinterest